Osteopenie en osteoporose ontstaan wanneer je lichaam meer bot afbreekt dan het opbouwt. Dit proces verloopt meestal langzaam en zonder duidelijke klachten. Maar er zijn veel verschillende oorzaken die het risico op botontkalking verhogen. Sommige zijn niet te voorkomen, andere kun je zelf beïnvloeden.

Leeftijd

Na je dertigste neemt de botmassa langzaam af. Bij vrouwen versnelt dit proces sterk na de overgang, doordat de oestrogeenproductie daalt. Ook bij mannen neemt de botdichtheid af naarmate ze ouder worden, maar meestal iets langzamer.

ℹ️
Feit: 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 5 mannen boven de 50 krijgt te maken met een botbreuk door osteoporose.

Hormonale veranderingen

Hormonen spelen een grote rol bij de opbouw van botweefsel. Belangrijke hormonale oorzaken zijn:

  • Verminderde oestrogeenproductie bij vrouwen na de overgang
  • Testosterontekort bij mannen
  • Schildklierproblemen, vooral een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie)
  • Stoornissen in de bijschildklieren, wat invloed heeft op de calciumhuishouding
  • Premature menopauze of POF

Tekort aan voedingsstoffen

Botten hebben bouwstoffen nodig zoals calcium, eiwitten en vitamine D. Een langdurig tekort aan deze stoffen verzwakt het botweefsel.

  • Calciumtekort: te weinig zuivel of calciumrijke voeding
  • Vitamine D-tekort: weinig zonlicht of onvoldoende opname uit voeding
  • Eiwittekort: bij ondervoeding of eenzijdige voeding
  • Magnesium- of vitamine K-tekort
Lees meer over voeding en supplementen

Gebrek aan beweging

Botten worden sterker door belasting. Als je weinig beweegt of lang bedrust moet houden (bijvoorbeeld na ziekte of operatie), breekt je lichaam sneller botweefsel af.

Vooral het ontbreken van krachttraining of wandelen is schadelijk. Zwemmen en fietsen zijn gezond, maar bouwen minder botmassa op omdat er geen impact op het skelet is.

Lees meer over bewegen en sport

Roken en alcohol

  • Roken vermindert de opname van calcium en remt de aanmaak van nieuw bot.
  • Alcohol verstoort de botstofwisseling en verhoogt het valrisico.

Zelfs matig alcoholgebruik kan op de lange termijn bijdragen aan botverlies.

Medicijngebruik

Bepaalde medicijnen kunnen als bijwerking botontkalking veroorzaken. Voorbeelden zijn:

  • Corticosteroïden (zoals prednison)
  • Middelen tegen epilepsie
  • Schildklierhormonen (bij te hoge dosering)
  • Protonpompremmers (maagzuurremmers) bij langdurig gebruik
  • Heparine en andere bloedverdunners
  • Chemotherapie

Erfelijke aanleg

Als osteoporose in je familie voorkomt, is de kans groter dat je het zelf ook ontwikkelt. Vooral als je moeder of oma op latere leeftijd botbreuken heeft gehad, is het goed om alert te zijn.

Andere aandoeningen

Osteoporose kan ook ontstaan als gevolg van andere ziekten, zoals:

  • Reumatoïde artritis
  • Coeliakie (glutenintolerantie)
  • Chronische darmziekten zoals Crohn
  • Nierziekten
  • Eetstoornissen (zoals anorexia)
  • Diabetes type 1

Deze aandoeningen beïnvloeden vaak de opname van voedingsstoffen of zorgen voor ontstekingen die botverlies versnellen.

Ondergewicht of een lage BMI

Een te laag lichaamsgewicht verhoogt het risico op osteoporose, omdat er minder belasting is op het skelet én vaak minder vetweefsel dat oestrogeen aanmaakt.

Let op: ook mensen met een gezonde BMI kunnen osteopenie of osteoporose hebben, zeker als andere risicofactoren aanwezig zijn.

Samenvattend

Osteopenie en osteoporose kunnen ontstaan door een combinatie van factoren:

  • Leeftijd en hormonale veranderingen
  • Tekort aan vitamine D, calcium of eiwitten
  • Te weinig beweging
  • Roken en alcohol
  • Gebruik van bepaalde medicijnen
  • Erfelijke aanleg of andere aandoeningen

Door deze oorzaken te herkennen kun je op tijd actie ondernemen en je botten sterker houden.