Osteopenie en osteoporose zijn vormen van botontkalking die pas laat klachten geven. Daarom is een goede diagnose belangrijk, zeker als je risico loopt. In dit artikel lees je hoe artsen osteopenie of osteoporose herkennen en welke stappen ze nemen om dit vast te stellen.
1. Gesprek met de arts (anamnese)
De diagnose begint met een gesprek over je gezondheid, leefstijl en medische voorgeschiedenis. De arts vraagt bijvoorbeeld naar:
- Botbreuken in het verleden
- Gebruik van medicijnen zoals prednison
- Of je in de overgang bent (voor vrouwen)
- Of botontkalking in de familie voorkomt
- Je voeding, beweging en valrisico
Dit helpt om te bepalen of aanvullend onderzoek nodig is.
2. Lichamelijk onderzoek
Soms doet de arts ook lichamelijk onderzoek, bijvoorbeeld om te kijken of je kleiner bent geworden of een gebogen houding hebt – tekenen van ingezakte wervels. Dit geeft extra informatie over de gezondheid van je botten.
3. Botdichtheidsmeting (DEXA-scan)
De DEXA-scan is een röntgenonderzoek waarbij de botdichtheid van je heupen en onderrug wordt gemeten. Dit is de meest betrouwbare methode om osteopenie of osteoporose vast te stellen.
De uitslag geeft een T-score:
- T-score tussen -1 en -2,5 = osteopenie
- T-score lager dan -2,5 = osteoporose
Later volgt er een apart artikel over wat deze scores precies betekenen.
4. Bloedonderzoek
Soms wordt er aanvullend bloedonderzoek gedaan om andere oorzaken van botverlies uit te sluiten. Denk aan een tekort aan vitamine D, calcium, of een probleem met de schildklier of bijschildklier. Hierover volgt binnenkort een uitgebreid artikel.
5. Fractuurrisico inschatten
Naast de DEXA-scan gebruiken artsen vaak een berekening zoals de FRAX-score. Deze tool schat het risico op een botbreuk in de komende 10 jaar. Hierbij wordt onder andere gekeken naar leeftijd, geslacht, eerdere breuken en andere risicofactoren.
Een verhoogde score kan reden zijn om al bij osteopenie te starten met behandeling.
Conclusie
De diagnose van osteopenie of osteoporose bestaat uit meerdere stappen: een gesprek, eventueel lichamelijk en bloedonderzoek, en een botdichtheidsmeting via een DEXA-scan. Zo ontstaat een volledig beeld van je botgezondheid en kan een passende behandeling worden gestart als dat nodig is.