Bij de diagnose van osteopenie of osteoporose wordt vaak ook bloedonderzoek gedaan. Niet om de botdichtheid zelf te meten – dat gebeurt met een DEXA-scan – maar om mogelijke oorzaken of bijkomende problemen op te sporen. Bepaalde bloedwaarden kunnen namelijk wijzen op vitaminetekorten, hormonale stoornissen of andere aandoeningen die invloed hebben op je botgezondheid.

In dit artikel lees je welke bloedwaarden artsen meestal controleren en wat afwijkende uitslagen kunnen betekenen.

Waarom bloedonderzoek?

Bloedonderzoek helpt bij:

  • Het opsporen van oorzaken van botverlies (zoals een tekort aan calcium of vitamine D)
  • Het uitsluiten van onderliggende ziekten (zoals schildklierproblemen of nierziekten)
  • Het bepalen van de juiste behandeling (bijvoorbeeld of suppletie nodig is)

Vooral bij jonge mensen of als het botverlies onverwacht ernstig is, is aanvullend bloedonderzoek erg belangrijk.

Belangrijke bloedwaarden bij botontkalking

1. Vitamine D (25(OH)D)

Vitamine D is essentieel voor de opname van calcium uit voeding. Een tekort leidt tot verminderde botopbouw.

Normale waarde:

  • 50 nmol/L wordt als voldoende beschouwd
  • 75–100 nmol/L wordt vaak nagestreefd bij osteoporosepatiënten

Te laag? Dan is suppletie met vitamine D3 vaak nodig.

2. Calcium (totaal en gecorrigeerd voor albumine)

Calcium is de belangrijkste bouwstof voor je botten. Te weinig calcium in het bloed kan wijzen op een opnameprobleem of een vitamine D-tekort.

Normale waarde:

  • 2,20 – 2,60 mmol/L (afhankelijk van lab)

Als het eiwit albumine afwijkend is, wordt een gecorrigeerde calciumwaarde berekend.

3. Parathormoon (PTH)

PTH wordt aangemaakt door de bijschildklieren en regelt de calciumspiegel in het bloed. Een te hoge waarde kan wijzen op hyperparathyreoïdie, wat botafbraak stimuleert.

Normale waarde:

  • 1,1 – 6,8 pmol/L (kan verschillen per laboratorium)

4. Fosfaat

Fosfaat werkt samen met calcium in de botstofwisseling. Een afwijking kan duiden op nierproblemen of hormonale stoornissen.

Normale waarde:

  • 0,80 – 1,45 mmol/L

5. Creatinine en eGFR (nierfunctie)

De nierfunctie is belangrijk voor de calcium- en fosfaathuishouding. Verminderde nierfunctie kan bijdragen aan botontkalking.

Creatinine en eGFR worden standaard gemeten om nierproblemen op te sporen.

6. ALP (Alkalisch Fosfatase)

Een verhoogde ALP kan wijzen op verhoogde botafbraak of op leverproblemen. Bij kinderen is ALP normaal hoger vanwege groei.

Normale waarde bij volwassenen:

  • 30 – 120 U/L

7. Schildklierfunctie (TSH en vrij T4)

Een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) versnelt de botstofwisseling en verhoogt het risico op osteoporose.

Normale TSH:

  • 0,4 – 4,0 mU/L

Vrij T4:

  • 10 – 23 pmol/L (afhankelijk van lab)

Mogelijke extra bepalingen

In sommige gevallen kijkt de arts ook naar:

  • Testosteron of oestradiol (bij vermoeden van hormonale stoornis)
  • 25(OH)D na suppletie om effect van behandeling te controleren
  • Marker voor botafbraak zoals CTX of NTX (meestal in onderzoeksinstellingen)

Samenvatting

Bloedonderzoek bij osteoporose geeft inzicht in mogelijke oorzaken zoals vitamine D-tekort, calciumtekort of hormonale problemen. De belangrijkste bepalingen zijn vitamine D, calcium, PTH, fosfaat, nierfunctie, ALP en de schildklierwaarden. Afhankelijk van je situatie kunnen aanvullende testen nodig zijn.

Welke supplementen heb jij nodig?

Bespreek de uitslag altijd met je arts, die kan beoordelen wat afwijkende waarden in jouw geval betekenen en of behandeling nodig is.